Spanning, Stroom, Weerstand en Vermogen

Elektriciteit is het bewegen van elektronen. Als de elektronen bewegen ontstaat er wrijving en die wrijving zorgt voor energie. De elektronen hebben altijd een negatieve lading bij zich. Alleen de elektronen bewegen alleen in een stroomkring. In een stroomkring heb je een spanningsbron en een punt waar de stroom naar toe moet. Die elektronen komen uit de spanningsbron en die gaan door de stroomkring richting van het voorwerp. Als ze bijna bij het voorwerp zijn dan word de weg dunner en het word een beetje nauw. Daardoor komen de elektronen tegen elkaar aan en daar door ontstaat wrijving. Die wrijving  ontstaat er energie en dan gaat de lamp bijvoorbeeld gloeien, maar elektronen kunnen niet door elke materie heen. Ze kunnen bijvoorbeeld zich verplaatsen water en metalen. dat noem je geleiders. Ze kunnen zich niet verplaatsen door rubber en plastic. Dat zijn isolatoren. Geleiders laten de elektronen door en isolatoren stoppen het.

Als het om elektriciteit gaat heb je verschillende grootheden.
Spanning, Stroom, Weerstand en Vermogen, maar wat betekenen die dingen nou eigenlijk.

Als je het over spanning hebt dan gaat het over hoeveel spanning je nodig hebt voor een bepaald apparaat. Spanning zorgt ervoor dat er energie word afgeleverd, zo kan een apparaat : bewegen, geluid maken, warmte geven en licht geven. Een spanningsbron is dus ook iets wat energie aflevert. Spanning is ook de hoeveelheid van de elektronen die nodig is

  • Grootheid = Spanning
  • Eenheid = Volt
  • Afkorting = V
  • Formule symbool = U

De volgende in het rijtje is Stroom. Als je het over stroom hebt dan praat je vaak over elektriciteit. Je hoort volwassene mensen ook wel is zeggen tegen elkaar. Hoeveel stroom heb jij verbruikt deze maand, Want je moet stroom ook betalen. Als je in je huis elektriciteit wilt hebben dan moet je daar voor betalen. Alles wat jij doet met stopcontacten, opladers enz daar gebruik je stroom voor. Als jij nu thuis je laptop aan het opladen bent dan gaat er ook stroom naar je laptop. Als dat is gebeurt dan kun je weer even een paar uur met de batterij en daar na is hij weer op en dan moet je hem opnieuw opladen. Je ziet dus dat je bijna met alles in je leven stroom gebruikt, want dat zijn we gewend en als jij een paar dagen zonder stroom zou moeten zitten dan zou dat wel raar zijn. Het kan ook gebeuren dat de stroom uitvalt. Dan is er dus iets mis bij de meterkast of het is misschien wel bij de centrale. Dan moet je altijd even wachten totdat het weer is opgelost. Even samengevat : Stroom is eigenlijk elektriciteit.

  • Grootheid = Stroom
  • Eenheid = Ampère
  • Afkorting = A
  • Formule symbool = I

Daarna komt weerstand, Dat bepaald hoeveel stroom er komt bij een apparaat. Als de weerstand groot is dan komt er maar een klein lampje en dan is het licht net zo sterk. Als iets een kleine weerstand heeft dan is het fel licht en dan kan het zelfs te veel stroom zijn dat het lampje bijvoorbeeld doorbrand. Als je bijvoorbeeld een fietslampje als voorbeeld neemt. een fietslampje heeft een kleine weerstand geven , want als je fiets kan je niet heel veel stroom geven net als een stopcontact. Als je een fietslampje op het stopcontact aan sluit dan is de stroom te groot voor het lampje, want het heeft een kleine weerstand en dan zie je ven een flits en dan is het lampje doorgebrand en dan kun je het lampje niet meer gebruiken.

  • Grootheid = Weerstand
  • Eenheid = Ohm
  • Afkorting = Ω
  • Formule symbool = R

De laatste van het rijtje is vermogen. Het vermogen van een apparaat geeft aan hoeveel energie het apparaat omzet per seconde. als je een lamp van 100 watt als voorbeeld neemt dan zet hij 100 joule per seconde om. Als hij tenminste op de goede stroomsterkte is aangesloten, want anders krijgt hij teveel energie per seconden en dan gaat de lamp kapot en dan kun je hem niet meer gebruiken. Als er op een apparaat staat hoeveel watt het is dan kun je zien hoeveel joule hij per seconde omzet. Bijvoorbeeld : een elektrische kachel van 3000 watt = 3000 joule per seconde, een stofzuiger van 1400 watt = 1400 joule per seconde, een tv van 200 watt = 200 watt per seconde, en schemerlamp van 65 watt = 65 joule per seconde en een wasmachine van 2500 watt = 2500 joule per seconde.

  • Grootheid = vermogen
  • Eenheid = watt
  • Afkorting = W
  • Formule symbool = P
Advertenties

Eén reactie op “Spanning, Stroom, Weerstand en Vermogen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s